Verbouwing 2008

maandag 7 april 2008

Wel erug fijn zo’n verbouwing. We zijn sinds 2e-3e week februari bezig en we zitten ongeveer op de helft.

Ondertussen is de badkamer klaar en die is wel heel mooi geworden. De keuken is redelijk kreupel (losse wasbak en gasplaat, de koelkast staat in de tuin). De oude muren tussen de woonkamer en de oude keuken zijn weg, verwarming is omgelegd en de nieuwe dekvloer is gestort en is aan het uitharden.

Bij het laatste hak en boorwerk (electriciteits dozen en vloerverwarming) is de KPN kabel geraakt en daarmee is de telefoon buiten werking inclusief internet. Mijn wereldje wordt nu wel heel klein. Daarom zit ik nu langer op mijn werk…..
De deur bel deed het al langer niet, dus moet een ieder die voor de deur staat eerst mobiel bellen voordat we doorhebben dat er iemand naar binnen wil.
Dit heeft tot gevolg dat onze zonen nu heel veel op straat spelen ook al willen ze eigenlijk naar binnen. Boven op zolder, waar we nu leven horen we het bonzen op de deur niet.

Voor wie het geheel in beeld wil zien: http://picasaweb.google.nl/jlieverst/Verbouwing2008

In een ander leven 14

Was ik hoofd van de afdeling Datamanagement Kinderoncologie EKZ.

Na bijna 6 jaar ga ik hier weg.

Niet omdat het niet meer leuk is, of dat de mensen niet leuk zijn, of dat ik klaar ben.
Nee, de gelegenheid deed zich voor.

Na een half jaar, 2 dagen per week, ad interim hoofd te zijn van de afdeling Trialbureau van SKION (Stichting KInderOncologie Nederland) wordt ik per 1 november 2010 full-time het hoofd in Den Haag.

Vandaag heb ik mijn afscheid gehad in het AMC. Een hele mooie speech van mijn directe leidinggevende Prof Huib Caron. Ook heel veel warme reacties van mijn team en contacten van diverse projecten.
We blijven in contact staan, aangezien ik blijf werken in het veld van kinderoncologie.

Ik ga nu een volgende stap maken. Na het NKI-AVL en het EKZ-AMC, nu nationaal met internationale projecten.
Waar ik aan twijfelde na het AVL, is nu geen discussiepunt meer.
Ik laat een competente groep met mensen achter, die de koers kunnen voortzetten die is ingezet.
Zij gaan hun eigen invulling daaraan geven, maar dat is ook goed.

Ik ga nu mijn aandacht aan een nieuwe groep geven, om daar te proberen een zelfde impuls te genereren.

Zoals ik altijd zeg: “je kan niet meer dan je best doen, maar zorg dat dat ook duidelijk is voor iedereen.”

In een ander leven 13

Was ik zoon van een kanker patiënte….

Ja, dat is even schrikken. Ben je zelf kankerpatiëntje geweest, wijd je je carrière aan de bestrijding van kanker en dan hoor je in de zomer van 2010 dat je moeder longkanker heeft en niet zo’n beetje ook.

Ergens niet zo verwonderlijk als je rekent dat je ouders vanaf hun 11e of zo ruim een pakje sigaretten per dag roken. Ze hebben de hongerwinter (1945) meegemaakt. Eten was er niet maar de Amerikanen dropten uit hun vliegtuigen wel vele sloffen met sigaretten. Dat stilde het honger gevoel.

Maar goed, dat verandert de situatie niet. Mijn vader wordt plotseling geconfronteerd met het feit dat hij straks voor zich zelf moet zorgen. Ma heeft de laatste 20 jaar voor hem gezorgd. Nu moeten ze accepteren dat hun leven als peper en zout stel eindig is.
Pa heeft behoorlijk last van reuma in zijn handen.
Maar goed, het geeft toch een behoorlijk druk op de familie. We weten niet precies hoeveel tijd Ma nog heeft, maar de situatie is ernstig.
Voor onze jongens, Sjoerd (11) en Martijn (9) wordt het een heel pittig jaar. Onze Sjoerd gaat naar groep 8 en moet zich dus klaar maken voor het voortgezet onderwijs. Hij heeft zijn eerste 4 jaar lang elke dinsdag doorgebracht bij Opa en Oma. Hij is behoorlijk geschokt door het geheel.
Voorlopig gaan we dus zorgen dat we hoog kwalitatieve momenten gaan hebben in deze Kwalitatieve Uitermate Teleurstellende tijden.

In een ander leven 12

Was ik niet meer ziek, maar….

Na een behoorlijk intensieve behandeling met chemotherapie en chirurgie in de eind jaren zestig was ik voor de 2e keer ziekte vrij. Dat was voor toen een behoorlijk mirakel.

Maar hoelang dat zou duren was niet duidelijk. Dus gaf dr Stoppelman aan dat wij zouden beginnen aan een onderhouds therapie. Elke 14 dagen chemotherapie, zolang als het nodig was (lees: totdat de leukemie weer terug kwam).

In een ander leven 11

Was ik weer ziek.

Na een intensieve behandeling was de leukemie weg. Pittig detail: anno 2010 is worden veel van de medicijnen van toen nog steeds gebruikt en genezen ruim 90% van de kinderen (toen 10%).
Maar in 1969 ging het toch fout. De leukemie was terug. De kans op overleving was toen 0%.
Dr. Marie Stoppelman van het Binnen Gasthuis zette kordaat de volgende therapie in.

Dokter Stoppelman verdient wat verdere toelichting. Een kleine oudere joodse vrouwelijk arts (met nog een Nazi kampnummer op haar onderarm – google daar maar op) met haar grijze haar in een knot. Absoluut gefocust op genezing van de kinderen en duidelijk in wat gedaan moest worden. Voor verpleging, artsen in opleiding en collega’s niet de makkelijkste (en dat is echt een understatement).
Maar zij heeft altijd de kinderen tot het uiterste geprobeerd te redden en te behandelen volgens de toen geldende meest moderne behandel methodes.

Mijn ouders leefden ondertussen in een diep dal. Hun eerstgeborene zou zeker sterven en men kon niet garanderen dat een volgend kind dit niet zou treffen. Mijn moeder wilde dus geen 2e kind en mijn vader leed aan slapeloosheid etc waarvoor valium een uitkomst was volgens de huisarts.

In de familie en kennissen kring was ik ondertussen dat zielige kindje dat zeker dood zou gaan en die arme ouders die na lange tijd een kind kregen dat niet volwassen zou worden. Nou, dat was in de eind jaren zestig geen fijne situatie. Ons gezin raakte volledig in een isolement, ook door mijn ouders die zich volledig op hun gezin richtte. Iets wat ik niet vreemd vind.

Van mijn vroege jeugd zijn geen foto’s, terwijl mijn vader een fotograaf was. Tegenwoordig zie je overal foto’s van kale kinderen met bolle toetjes (kaal van chemotherapie, bolle toet van steroïden – standaard behandeling leukemie).
Overdag probeerde mijn ouders zo natuurlijk mogelijk met mij te leven. Dat was zeer opmerkelijk voor mensen die geen hogere scholing hadden dan het basisonderwijs kort na de 2e wereldoorlog.
Als ik naar bed was, uitte mijn ouders naar elkaar hun verdriet. die tijd was echt niet in lijn van wat in de rest van Nederland gebeurde. Nederland was booming, economisch, emotioneel etc. In ons gezin was emotioneel soberheid troef.

In het ziekenhuis bestond mijn leven uit beenmergpuncties (toen alleen met lokale verdoving), infuus met chemotherapie en ruggenprikken. Periodes met koorts en vaccinaties voor bv waterpokken.
Wat mij nog wel voor ogen staat zijn een paar verpleegsters die speciaal naar het Binnen Gasthuis kwamen om een opleiding te volgen op deze afdeling. Een slanke blonde Française (ik was 4 jaar, maar zij maakte echt indruk) en een lieve Canadese. Daarnaast een wat oudere maar hele lieve vrouw van de huishoudelijke dienst die mij ’s avonds van stukjes kaas voorzag.
Een speel-juffrouw die ons in een kamer met uitzicht over de gracht bezig hield.

In een ander leven 10

Was ik ziek.

1967, ik was anderhalf en een kwakkel kindje. Bloedarmoede, dus staalpoeders (de ramp voor je tanden, ook al zijn het melktanden).
Het ging niet over dus naar het ziekenhuis. Binnengasthuis in Amsterdam, kinderkliniek.
Nog een keer naar het bloed kijken…en….leukemie.

Nou, dat was toen zo een beetje een doodvonnis.
De arts van dienst zei ook dat ze mij een beetje konden opknappen voor het moment, maar dat ik niet volwassen zou worden.
Nou, lekkere boodschap voor mijn ouders. Het duurde een tijdje voor zij hun eerste kind kregen (10 jaar na het huwelijk was toen echt heel erg lang!) en dan dit.
Ik werd ’s avonds opgenomen. De buurvrouw had mij en mijn moeder naar het ziekenhuis gereden (zij had een wagen en dat was toen een luxe voor de Jordaan). De arts van zaal drukte een koude stethoscoop op mijn borst en ik slaakte een vloek.
De buurvrouw zei tegen mijn moeder dat het wel goed zou komen, want ik vloekte als een ketter. De wereld van mijn moeder stortte volledig in. Ik weet van dat moment niet veel meer.

Later herinner ik mij nog wel beelden van kinderen op die zaal. Ik lag in een glazen kamer apart, net als een aantal andere kinderen. Spelen met elkaar was geen optie. Maar door de ramen deed je wel samen dingen. Glazen wassen met een lapje en de wasbak in je kamer. De hele box stond blank, tot ergernis van de overigens uiterst lieve verpleegsters.
Alles werd weer droog gemaakt en wij beloofde het niet niet meer te doen. Het meisje naast mijn box overleed niet veel later.

In een ander leven 9

Was ik verzekering verkoper.

Na al het farma geweld was ik het zat. Even een andere branche proberen. Via een advertentie ging ik voor een bank werken. Mijn doel was om hun gespaarde centjes van bedrijfspaarregelingen om te zetten in een lijfrente polis die weer aftrekbaar was van de belastingen. Drie dagen cursus in Rotterdam bij het hoofdkantoor van de verzekerings poot en we werden op den mensen los gelaten.

Tijdens de drie dagen dat ik op het kantoor in Sloterdijk werkte kreeg ik steeds telefoontjes van mensen die in de knoop kwamen door de verkooppraatjes van mijn voorganger. Hij had gezegd dat alles kon, maar was vergeten te vertellen dat de mensen eerst zelf de inleg moesten voorschieten….. het ging toen om een paar duizend gulden (1 euro = 2.27 gulden). Dus zat ik alleen maar brandjes te blussen.

Mijn voorganger deed nu (na ongeveer 2 maanden) iets anders bij deze bank (niet De Bank!). Toen Ramon zich voorstelde, zag ik iets raars. Pas na 2 of 3 keer zag ik wat het was. Hij had rouge op zijn wangen…. en nadere inspectie liet zien dat hij nog meer make-up had gebruikt. Zo’n aardige jongen die goedgebekt veel polissen verkocht. En per polis kreeg je een bonus.

Vrijdag nam ik ontslag. Dit was niet hoe ik wilde werken. Deze job staat niet op mijn CV….

In een ander leven 8

Was ik junior product manager Allergy.

Met mijn baas ging ik naar een internationale vergadering voor product managers. Allemaal ervaren mannen. De afspraak was dat we een idee zouden steunen dat door het Zweedse hoofdkantoor bedacht was. De avond voor de vergadering gingen we eerst wat eten met een International Product Manager van het hoofdkantoor. Een Finse Belg. Na het eten ontmoette we “toevallig” nog wat andere mensen van het hoofdkantoor. Uiteindelijk kwamen we allen in het appartement van onze Belgische Fin terecht. Hij bleek 2 Deense kamergenoten te hebben en een uitgebreide voorraad drank (dat is op zich al knap in Zweden, want dat kost echt goud!). Tot in de kleine uurtjes hebben we verschillende soorten sterke drank door elkaar heen gedronken, want we wilden zeker niet onderdoen voor de Denen…. Onder begeleiding van live gezongen melancholische Finse balades met gitaar muziek.

Om een uurtje of 6 liepen wij terug naar ons hotel, om half tien zou de vergadering starten….

2,5 uur slaap een snel ontbijt en snel naar het hoofdkantoor. Bij binnenkomst stond de senior Product manager ons aan te kijken met een woeste blik. Stilletjes liepen we naar binnen en namen snel veel koffie. In de vergadering hebben wij vol vuur het idee van de Zweden ondersteunt en de balans doen doorslaan. De senior Product Manager werd gedurende de vergadering steeds vrolijker. Achteraf bleek dat hij van andere mensen had gehoord van het drankfeest (die kwamen echt met zombie hoofden op kantoor) en vreesde dat alles verloren zou gaan. Die avond gingen we uitgebreid met hem eten in het landhuis van de firma. Ook hier vloeide de drank rijkelijk. De volgende dag hebben we nog snel iedereen gedag gezegd en gingen snel naar het vliegveld. Ik weet niet meer of het vliegtuig opsteeg, voor de start lag ik al in coma.

Die maandag werden we door de Business Unit Manager op gesprek gesommeerd. Hij had al met Zweden getelefoneerd. Nu het goed was afgelopen, kon hij erom lachen. Wel zei hij dat bij ander resultaat maatregelen genomen zouden zijn genomen…..

We hadden wel naam gemaakt waar later nog vaak naar verwezen werd. Ik was nog geen dertig….

In een ander leven 7

Was ik junior product manager Allergy

Allergie is een rare aandoening. Soms lijken moleculen uit een stof zo op een andere stof, dat je voor beide stoffen allergisch bent. Heel bekend is dat mensen die allergisch zijn voor berkenpollen ook allergisch zijn voor appel. Dit heet kruisallergie.

Zo werd mijn baas (product manager Allergy, dus zonder junior) gebeld door een ziekenhuislaborante of er kruisallergie voor bananen bekend is. Hij vraagt “Hoezo?”. Zij zegt dat zij allergische uitslag heeft rond haar mond en dat zij absoluut geen banaan heeft gegeten omdat zij weet dat zij daarvoor allergisch is. Mijn baas verteld haar dat latex bekend is voor kruisallergie met banaan, waarna het heel stil wordt aan de telefoon. Hard lachend legt hij de hoorn op de telefoon.”Ze doet in ieder geval aan veilige sex!”

Het was echt een ongelofelijke schijnheilige eikel, maar dat is een ander verhaal.

In een ander leven 6

Was ik artsenbezoeker..

Ik had rayon groot Amsterdam, daar valt ook Hilversum onder. Wie dat ooit heeft verzonnen….

Een mooie lentedag, bij een gerenommeerd huisarts in een heeeel groot huis.

“U bent hier voor de eerste keer. U doet uw verhaal. U stelt geen vragen. Aan het einde van uw bezoek plaatst u uw snuisterijen op mijn tafel en vertrekt.”
Ik was er meteen klaar mee. “Laten we uw en mijn tijd niet verspillen. Hier zijn de snuisterijen. Hier is een brochure, dan kunt u lezen wat u wilt weten. Als er wat is, belt u ons kantoor en dan maken wij een afspraak voor een echt gesprek. Goede middag.”

Voor hij iets kon zeggen stond ik buiten in de lente zon. Nu eerst maar een terrasje zoeken voor een fijne bak koffie…

Allemaal digitaal